‘Omschakeling naar circulaire biobased economie urgent’

In de Transitieagenda, die deze week is aangeboden aan Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (IenW), zijn zes actielijnen geformuleerd die het biomassa- en voedselsysteem duurzamer moeten maken.

  • Vergroten van het aanbod van duurzaam geproduceerde biomassa;
  • Circulair en regeneratief gebruik van bodem en nutriënten;
  • Opimale verwaarding van biomassa en reststromen tot circulaire, biobased producten;
  • Vermindering van voedselverspilling;
  • Eiwittransitie, naar meer plantaardige eiwitten;
  • Feeding and greening megacities als Nederlands verdienmodel.

Om dit alles mogelijk te maken, dient de overheid het investeringsklimaat voor de biobased industrie te versterken, belemmerende regelgeving aan te passen en (langdurige) koolstofvastlegging in de bodem en producten te belonen.

Traag groeiende marktvraag

Het slechts zeer langzaam toenemen van de marktvraag wordt gezien als een belangrijke rem op de ontwikkeling van biobased producten, waardoor het aanbod ook achter blijft.

Volgens de Transitieagenda kan de overheid de markt over het dode punt heen helpen door circulaire, biobased producten economisch aantrekkelijker te maken of het minder duurzame alternatief minder aantrekkelijk te maken, door op te treden als ‘launching customer’ voor nieuwe biobased toepassingen, of als circulair inkoper voor productgroepen die al ruim in de markt verkrijgbaar zijn. Ook kan de overheid via verplichtingen of verboden de markt aanjagen.

Ketensamenwerking

Het bedrijfsleven neemt bovendien het initiatief nemen om te komen tot een CE Tafel Hernieuwbare Kunststoffen en een CE Tafel Hernieuwbare Bouwmaterialen. Iedere ‘Tafel’ kent vertegenwoordigers uit de hele keten, van toeleveranciers van grondstoffen tot afnemers van de biobased producten. Hiertoe vindt afstemming plaats met de Transitieagenda’s Kunststoffen en Bouw. De overheid zal daarnaast participeren door expertise in te brengen op vlak van inkopen (Pianoo), slimme marktprikkels en financiering, gedrag en internationale samenwerking.

De deelnemers aan de Tafels identificeren kansrijke productgroepen, komen tot vrijwillige ketenafspraken en leggen die vast in een convenant of actieplan. Vanuit het Transitieteam Biomassa en Voedsel hebben de volgende partijen inmiddels aangegeven hieraan te willen deelnemen: Royal Cosun, Dutch Biorefinery Cluster en VVNH.

Mogelijke interventies die een Tafel kan inbrengen, liggen bijvoorbeeld op het gebied van:

  • wet- en regelgeving (zoals het uitfaseren van schadelijke stoffen en niet-duurzame producten als er een goed biobased alternatief is);
  • kennis en innovatie (het stimuleren van kennisontwikkeling en toegepast onderzoek op het vlak van het hoogwaardig verwaarden van biomassa, inclusief pilots en demonstratieprojecten);
  • gedrag (bekendheid van circulaire biobased concepten vergroten bij producenten, afnemers en consumenten);
  • financiering en marktprikkels (bijv. fiscale vergroening, een heffing op niet-hernieuwbare kunststoffen, het verlaging van de afvalbeheersbijdrage voor biobased kunststoffen).

Lange termijnwinst

Nederland heeft volgens de Transitieagenda een uitstekende uitgangspositie om de omschakeling naar een circulaire, biobased economie tijdig in te zetten en een succes te maken: uiterst competitieve havens, een sterk agrofood cluster, koplopers in de chemische industrie op het gebied van biobased economie en recycling en een sterke logistieke sector.

Op de lange termijn levert een circulaire economie veel maatschappelijke winst op, in termen van banen, innovatie, milieu en klimaat. Op weg daarnaartoe zijn investeringen nodig om de transitie te versnellen, door onderzoek en kennis, om op te kunnen schalen, door demonstratieprojecten en first-of-a-kind fabrieken en om te faciliteren met specifieke programmatische investeringen, zoals bijvoorbeeld gedragscampagnes.

Overheden, bedrijfsleven, vakbonden, maatschappelijke organisaties en burgers staan gezamenlijk voor deze uitdaging. Voor de komende jaren, van 2018 tot en met 2021, is een budget begroot van ca. 570 miljoen Euro, waarvan 125 miljoen Euro bestaat uit publieke middelen.

Nieuws